Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Personenvervoer

Totale mobiliteit over land gestabiliseerd

Totale mobiliteit over land gestabiliseerd

Totale mobiliteit over land gestabiliseerd

Toelichting


Ontwikkeling personenvervoer naar vervoerwijzen, 1994-2013, in miljarden reizigerskilometers (boven); Verplaatsingen en reizigerskilometers naar vervoerwijzen in 2013, voor personen van 12 jaar en ouder (onder). Bron: RWS/CBS OVG/MON/OViN; bewerking KiM.



  • Gemiddeld leggen Nederlanders binnen de eigen landsgrenzen jaarlijks een kleine 11.000 kilometer per persoon af. Dit komt neer op een totale jaarkilometrage van 184 miljard kilometer. De laatste jaren is hier nauwelijks iets in veranderd.

  • Ook het aantal verplaatsingen is nagenoeg onveranderd: zowel in 2004 als in 2013 verplaatsten Nederlanders zich gemiddeld circa drie keer per dag, waarbij zij in totaal ongeveer 30 kilometer overbrugden.

  • Bijna 40 procent van alle verplaatsingen en ruim de helft van de afgelegde kilometers leggen Nederlanders af als autobestuurder. Dit is de belangrijkste wijze van verplaatsen. In de jaren na 2004 vlakte de toename van het aantal als autobestuurder afgelegde reizigerskilometers af. Sinds 2008 blijft dit aantal op een vrijwel gelijk niveau.

  • Ruim een tiende van alle verplaatsingen en 17 procent van de afgelegde kilometers wordt afgelegd op de bijrijdersstoel of achterbank van de auto. Sinds 2004 is het gebruik van de auto als passagier met 15 procent afgenomen (uitgedrukt in reizigerskilometers).

  • Een kwart van alle verplaatsingen en bijna een tiende van de afgelegde kilometers gaat per fiets. Vooral op de korte afstanden is fietsen een veelgebruikte wijze van verplaatsen. Uitgedrukt in reizigerskilometers is het fietsgebruik sinds 2004 met 7 procent toegenomen.

  • De trein is goed voor 3 procent van de verplaatsingen en een tiende van alle reizigerskilometers. De trein wordt vooral gebruikt om (middel)lange afstanden te overbruggen. Op sommige tijden (de spits) en plaatsen (van/naar de grote steden) heeft de trein een groter aandeel in de mobiliteit. Sinds 2004 is het treingebruik met bijna een kwart toegenomen.

  • Terwijl de totale mobiliteit over land is gestabiliseerd, zijn Nederlanders wel steeds vaker gebruik gaan maken van het vliegtuig (zie hoofdboodschap 'We vliegen vaker en ook steeds meer vanaf regionale luchthavens').

Verdieping en verklaring


Verplaatsingen naar motieven in 2013 (boven) en ontwikkeling verplaatsingen om te werken en te winkelen per leeftijdsgroep sinds 2004, opgesplitst in effecten van veranderingen in de grootte van de groep en in verplaatsingen per persoon, uitgedrukt in groeipercentage ten opzichte van werk- en winkelgerelateerde verplaatsingen in 2004 (onder). Bron: RWS/CBS MON/OViN; bewerking KiM.



  • Aan ruim eenderde van alle verplaatsingen ligt een sociaal-recreatief motief ten grondslag. In omvang blijft het sociaal-recreatieve verkeer sinds 2004 min of meer gelijk.

  • Vooral het aantal werkgerelateerde verplaatsingen (optelsom van woon-werk- en zakelijke verplaatsingen) nam tot 2008 toe. Sindsdien is het aantal werkgerelateerde verplaatsingen licht afgenomen, al was er een kortdurend herstel in 2011. De economische recessie speelt hierbij een belangrijke verklarende rol. Ten opzichte van 2004 groeide de werkgerelateerde verplaatsingen per saldo met 4 procent. Een deel van deze toename is te herleiden tot een groei van de arbeidsparticipatie van veertigers en vijftigers, en binnen deze groep vooral van vrouwen. Hiernaast speelt de toegenomen arbeidsparticipatie van ouderen een rol. Tegelijkertijd is de groei van het aantal werkgerelateerde verplaatsingen gedempt doordat de werkloosheid na 2011 weer opliep, zowel onder ouderen als onder jongvolwassenen. Dit is vooral zichtbaar bij jongvolwassenen (18-29 jaar), hoewel dat effect enigszins is gecompenseerd doordat de omvang van deze leeftijdsgroep groter is geworden. Het aantal werkgerelateerde verplaatsingen is verder gedempt door het demografische effect van de fors in omvang geslonken groep dertigers.

  • Voor winkelen gingen Nederlanders in 2013 minder vaak de deur uit dan in 2004 (-6 procent). Ook legden zij minder kilometers van en naar winkels af (-9 procent). Dit geldt voor alle leeftijdsgroepen jonger dan 60 jaar en voor alle vervoerwijzen. Een mogelijke verklaring voor de dalende trend is de economische crisis. Indicatief is de forse omzetdaling in de non-foodsector, vooral bij de sectoren bouwen en wonen (-31 procent), consumentenelektronica (-28 procent) en huishoudelijke artikelen (-27 procent) (Raatgever, 2014). Ook is denkbaar dat de toegenomen arbeidsparticipatie van 40-plussers heeft geresulteerd in minder tijd voor winkelen. Tenslotte zou de opkomst van het webwinkelen een rol kunnen spelen, hoewel een eerste verkennend onderzoek hierover vooralsnog geen uitsluitsel geeft (zie Achtergrond 'De invloed van webwinkelen op mobiliteit'). Dat de winkelgerelateerde verplaatsingen onder 60-plussers wel zijn toegenomen is geheel te herleiden tot het demografische effect van de vergrijzing: de groep 60-plussers is in omvang toegenomen. Per persoon is ook bij de 60-plussers echter een lichte daling van de winkelgerelateerde verplaatsingen zichtbaar.

Gebruikte afkortingen