Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Personenvervoer

Vaker en verder per fiets

Vaker en verder per fiets

Vaker en verder per fiets

Toelichting


Decompositie van de ontwikkeling van het fietsgebruik (naar effect van meer mensen, vaker verplaatsen en verder verplaatsen voor vijf motieven), 2004-2013. Bron: RWS/CBS, MON/OViN; bewerking KiM.



  • Sinds 2004 is het fietsgebruik (de optelsom van het aantal op gewone en e-fietsen afgelegde kilometers) toegenomen met 6,5 procent.

  • Zowel de groei van het aantal mensen dat fietst als de toegenomen mobiliteit per persoon (vaker en verder verplaatsen) dragen bij aan het grotere aantal fietskilometers.

  • Het fietsgebruik is vooral toegenomen voor woon-werkverplaatsingen en voor verplaatsingen naar en van onderwijsinstellingen. Voor winkelen wordt ten opzichte van 10 jaar geleden minder vaak gefietst.

  • Een groot deel van het toegenomen fietsgebruik komt voor rekening van de e-fiets, die vooral senioren steeds vaker gebruiken (zie hoofdboodschap 'Vooral ouderen zorgden voor sterke groei e-fietsgebruik').

Verdieping en verklaring


Effect van vaker en verder fietsen op de totale groei van het fietsgebruik in kilometers naar leeftijd, motieven en geslacht (vrouwen links en mannen rechts), 2004-2013. Bron: RWS/CBS, MON/OViN; bewerking KiM.



  • Vooral vrouwen zijn vaker de fiets gaan gebruiken, met name voor werk- en onderwijsdoeleinden. Bij mannen is de groei beperkter. Wel zijn zij de fiets meer gaan gebruiken voor vrijetijdsdoeleinden, naast werk en onderwijs. Opvallend is dat vooral vrouwen van 40 jaar en ouder vaker en verder zijn gaan fietsen, terwijl de groei bij mannen zich grotendeels manifesteert bij jongeren tot 30 jaar (bij veertigers en vijftigers lijkt er zelfs sprake van een afnemend fietsgebruik).

  • De groei van het fietsgebruik voor verplaatsingen naar en van het werk hangt samen met de toegenomen arbeidsparticipatie van vrouwen. Hiernaast zijn het de 60-plussers die vaker de fiets naar en van het werk nemen (zowel bij mannen als bij vrouwen). Ook de woon-werkafstanden zijn groter geworden.

  • De leeftijdsgroep tot en met 29 jaar zorgt vooral voor het toenemend fietsgebruik voor verplaatsingen naar en van onderwijsvoorzieningen (zowel bij mannen als bij vrouwen, zie verder Achtergrond 'Fietsgebruik naar achtergrondkenmerken'). Dit hangt samen met de hogere onderwijsdeelname in deze groep. Ook een verschuiving van lopen naar fietsen lijkt een rol te spelen. Hierbij gaat het vooral om kinderen in het basisonderwijs, die blijkbaar steeds minder vanzelfsprekend naar een school in de buurt gaan. Dit verschijnsel kan te maken hebben met zowel het aanbod (het verdwijnen van lokale vestigingen van scholen) als de vraag (een voorkeur voor bijzondere onderwijsvormen, echtscheidingen waarbij ouders niet meer in dezelfde buurt blijven wonen).

  • De groei van het fietsgebruik voor vrijetijdsdoeleinden komt grotendeels voor rekening van de 65-plussers. Enerzijds omdat hun gezondheidssituatie gemiddeld genomen is verbeterd. Anderzijds omdat de beschikbaarheid van een elektrische fiets het fietsgebruik onder senioren heeft bevorderd (zie ook hoofdboodschap 'Vooral ouderen zorgden voor sterke groei e-fietsgebruik').

  • Voor 'winkelen' blijkt de fiets gemiddeld juist minder vaak te worden gebruikt (maar wel over iets grotere afstanden). Mogelijk speelt de economische recessie hierbij een rol, zoals bij de na 2008 teruglopende detailhandelsomzetten (Raatgever, 2014). Ook het toenemend belang van virtueel winkelen zou een rol kunnen spelen, hoewel harde bewijzen hiervoor vooralsnog ontbreken (zie Achtergrond 'De invloed van webwinkelen op mobiliteit').

Gebruikte afkortingen