Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Personenvervoer

We vliegen vaker en ook steeds meer vanaf regionale luchthavens

We vliegen vaker en ook steeds meer vanaf regionale luchthavens

We vliegen vaker en ook steeds meer vanaf regionale luchthavens

Toelichting


Miljoen passagiersbewegingen Nederlanders vanaf Schiphol en vanaf regionale luchthavens (periode 2004-2013). Gebruikte bronnen: Schiphol Feiten en Cijfers, Schiphol Traffic Review, Schiphol-enquête en CBS-data luchthavens via Statline.



  • Het aantal passagiersbewegingen van Nederlanders op Schiphol en op de regionale luchthavens steeg in 2013 met bijna 7 procent, tot 23 miljoen. Het aantal passagiersbewegingen op de regionale luchthavens groeide in 2013 met ruim 18 procent, naar 5,5 miljoen.

  • Sinds 2004 steeg het aantal vliegbewegingen van Nederlanders met 33 procent, van 17 naar 23 miljoen. Het aandeel regionale luchthavens in het totaal aantal passagiersbewegingen van Nederlanders is in dezelfde periode bijna verdubbeld, naar zo'n 24 procent.

  • De totale gevlogen afstand nam toe van 55 miljard naar 68 miljard reizigerskilometer. De gemiddelde afstand per vlucht daalde licht, van ruim 3.200 naar circa 3.000 kilometer. Dit geldt voor Schiphol en de regionale luchthavens samen. In 2013 bedroeg de gemiddelde afstand per vlucht vanaf de Nederlandse regionale luchthavens circa 1.500 kilometer.

  • In de afgelopen tien jaar deden zich ook verschuivingen voor in de belangrijkste reisbestemmingen van Nederlanders. Barcelona bleef echter op de eerste plaats staan (zie Achtergrond 'Belangrijkste vliegbestemmingen van Nederlanders').

  • Naast Nederlandse reizigers maken natuurlijk ook buitenlandse reizigers gebruik van Schiphol. Een groot deel van deze buitenlandse reizigers stapt op Schiphol over. Het totaal aantal passagiersbewegingen op Schiphol nam toe met 3 procent ten opzichte van 2012, tot 52,5 miljoen. 33 procent hiervan betreft Nederlandse en 25 procent betreft buitenlandse herkomst-bestemmingspassagiers. Bij de overige 42 procent passagiersbewegingen gaat het om overstappers; dit zijn vrijwel allemaal buitenlandse reizigers. De overstappers tellen per overstap mee voor twee passagiersbewegingen, eenmaal voor de arriverende vlucht en eenmaal voor de uitgaande vlucht. Hetzelfde geldt voor de terugreis via Schiphol.

  • Het aantal directe verbindingen vanaf Schiphol is in 2013 uitgebreid met zes, naar in totaal 323 bestemmingen tegenover 221 bestemmingen in het jaar 2004. De groei in de afgelopen tien jaar komt mede door het lijnennet dat KLM met haar Skyteam-partners op Schiphol heeft ontwikkeld. Hierdoor stappen veel mensen op Schiphol over op vluchten naar andere bestemmingen.

  • Schiphol telde in 2013 17 miljoen intercontinentale passagiersbewegingen (32 procent van het totaal) en 36 miljoen passagiersbewegingen binnen Europa (68 procent). Het gaat hierbij om alle reizigers, zowel Nederlanders als buitenlanders. Deze verhouding was gelijk aan die in 2004. Voor de Nederlanderse reizigers lag het percentage vliegbewegingen binnen Europa in 2013 net iets hoger (72 procent binnen Europa, 28 procent intercontinentaal).

  • Zoals eerder aangegeven (zie hoofdboodschap 'Multimodale mobiliteit bescheiden, maar belangrijk bij combinatie fiets en trein') is ook een vliegreis een multimodale verplaatsing, aangezien het voor- en natransport via een andere vervoerwijze plaatsvindt. 56 procent van de Nederlandse reizigers die in 2013 vanaf Schiphol vlogen, gebruikte de auto in het voortransport (21 procent met eigen auto, 35 procent werd weggebracht). Verder nam 30 procent van de reizigers de trein en ging 14 procent per bus of taxi. Ten opzichte van 2004 nam het aandeel openbaar vervoer licht toe. Het aandeel mensen dat in 2013 met de auto werd weggebracht, lag 8 procent lager dan in 2004. Daarentegen nam het aandeel reizigers toe dat met de eigen auto naar Schiphol reisde (van 16 naar 21 procent).

Verdieping en verklaring


Aspecten die belangrijk zijn bij de luchthavenkeuze van Nederlanders (links) en de reismotieven van Nederlanderse reizigers in 2013 (rechts). Bron: KiM luchthavenkeuze enquête en Schiphol-enquête.



  • De groei van de regionale luchthavens wordt veroorzaakt door een combinatie van vraag- en aanbodfactoren. Zo vliegen zogenoemde low-cost-maatschappijen (bijvoorbeeld Ryanair, Wizz Air en Transavia) graag vanaf regionale luchthavens omdat de 'omdraaitijden' daar kort zijn en de havengeldtarieven laag (zie Achtergrond 'Opkomst en groei van Nederlandse regionale luchthavens'). Hierdoor is het aanbod aan vluchten (tijden en frequentie) en bestemmingen op de regionale luchthavens de laatste jaren flink toegenomen. Daarnaast zijn de ticketprijzen bij de low-cost-maatschappijen relatief laag ten opzichte van die bij de traditionele maatschappijen, die vaak vanaf de grotere luchthavens vliegen. Voor de reiziger zijn vluchtaanbod, prijs en afstand tot de luchthaven aspecten die een belangrijke rol spelen bij de luchthavenkeuze.

  • Het aantal passagiersbewegingen op Schiphol groeit echter ook nog steeds. Dit komt deels door de vele bestemmingen die vanaf deze luchthaven te bereiken zijn. In 2013 reisden Nederlanders via Schiphol naar meer dan 1.100 bestemmingen in alle werelddelen. Een kwart van deze bestemmingen is rechtstreeks te bereiken. Voor de minder gangbare bestemmingen moeten reizigers overstappen op andere luchthavens(zie Achtergrond 'Overstappende Nederlandse reizigers: de opkomst van nieuwe hubs').

  • 'Vakantie' was in 2013 het belangrijkste reismotief van de (vertrekkende) Nederlandse passagiers op Schiphol: 54 procent van het aantal passagiers. Ongeveer 24 procent reisde met het motief 'zakelijk' en ruim 17 procent reisde voor 'bezoek aan familie en vrienden'. Het resterende, kleine, aandeel kwam voornamelijk voor rekening van het motief 'congres/studie'. In de reismotieven van de (vertrekkende) Nederlandse passagiers op Schiphol heeft zich in de afgelopen tien jaar overigens nauwelijks een verschuiving voorgedaan: het aandeel 'zakelijk' daalde met 1,4 procent en het aandeel 'familie/vrienden' steeg met 1,3 procent.

  • Nederlanders vliegen soms via buitenlandse hubluchthavens naar hun eindbestemming. In 2013 was Parijs-Charles de Gaulle (CDG) de belangrijkste overstapluchthaven voor Nederlanders (107.000 overstappende reizigers). In 2004 was dat nog London-Heathrow (LHR). De opkomst van Parijs heeft vooral te maken met de fusie tussen Air France en KLM in 2003, waardoor de twee netwerken beter op elkaar zijn aangesloten. Parijs (CDG) is daarmee een hub geworden voor Nederlandse reizigers en Schiphol voor Franse reizigers. Hiernaast is het aantal overstappers op Istanbul (Turkije) en op Dubai en Abu Dhabi (Arabische Golf) de laatste tien jaar sterk gestegen. Op de twee internationale luchthavens van Turkije (Atatürk International Airport en Sabiha Gökçen) tezamen stapten in 2013 circa 105.000 Nederlanders over: een verdriedubbeling ten opzichte van 2004. Hiermee staat Istanbul in aantal Nederlandse overstappers achter Parijs op de tweede plaats. Dubai staat op de vijfde plaats, na Parijs, Frankfurt, Londen en Istanbul (Atatürk International Airport) (zie Achtergrond 'Belangrijkste vliegbestemmingen van Nederlanders').

Gebruikte afkortingen