Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Veiligheid en Milieu

Verdere daling aantal verkeersdoden, maar minder bij kwetsbare verkeersdeelnemers

Verdere daling aantal verkeersdoden, maar minder bij kwetsbare verkeersdeelnemers

Verdere daling aantal verkeersdoden, maar minder bij kwetsbare verkeersdeelnemers

Toelichting


Ontwikkeling aantal verkeersdoden, 2004-2013. Bron: CBS Statline; bewerking KiM.



  • In 2013 vielen er 570 doden in het verkeer: een daling van 12 procent ten opzichte van 2012 (650 doden). Sinds 2004 (881 doden) daalde het aantal verkeersdoden met 35 procent.

  • Het aandeel kwetsbare verkeersdeelnemers (voetganger, fiets, e-fiets, bromfiets en snorfiets) in het totale aantal verkeersdoden is toegenomen van 39 procent in 2004 naar 57 procent in 2013.

  • Veruit de meeste verkeersdoden vallen onder automobilisten (193) en fietsers (184). In 2013 was 34 procent van de verkeersdoden een auto-inzittende en 32 procent een fietser. Van de overige verkeersdoden is 15 procent een brom/snorfietser, 10 procent een voetganger, 5 procent een motorfietser, en 4 procent een inzittende van bestel/vrachtauto.

  • Als de aantallen verkeersdoden worden gerelateerd aan de aantallen reizigerskilometers die per vervoerwijze zijn afgelegd (het zogenoemde risico), dan blijkt dat de fiets per afgelegde kilometer een factor acht onveiliger is dan de auto. Voor voetgangers is de kans om dodelijk te verongelukken ten opzichte van de auto per gereden kilometer 11 keer groter, bij de brom/snorfiets is de kans bijna zestig keer groter.

  • Over het aantal ernstig gewonden zijn alleen gegevens beschikbaar voor de periode tot en met 2012. Het aantal ernstig gewonden steeg tussen 2004 en 2012 met bijna 20 procent tot een totaal van bijna 20.000. Het aantal ernstig gewonden is sinds 2006 gestegen, maar daalde in 2012 (19.200) ten opzichte van 2011 (20.100). Of hier sprake is van een ombuiging, is echter niet zeker omdat rekening moet worden gehouden met een onzekerheidsmarge.

  • Het aantal ernstig gewonden is het hoogst onder fietsers (60 procent van alle ernstig gewonden). Bij grofweg vijf van de zes ernstig gewonden onder fietsers is geen motorvoertuig bij het ongeval betrokken (SWOV, 2014a).

Verdieping en verklaring


Het aantal verkeersdoden per leeftijdsgroep in 2004 en 2013 onder personenauto-inzittenden (links) en fietsers (rechts). Bron: CBS Statline; bewerking KiM.



  • De daling van het aantal verkeersdoden sinds 2004 is sterk ongelijk verdeeld over de leeftijdsgroepen. In de leeftijdsgroep tot 15 jaar daalde het aantal doden sinds 2004 met 75 procent. In de groep van 15 tot 40 jaar was de daling 51 procent, bij de 40- tot 70-jarigen 34 procent en bij de 70-plussers 2 procent. Deze ongelijke verdeling heeft deels te maken met veranderingen in de bevolkingssamenstelling en deels met veranderingen in het risico (zie ook Achtergrond 'Daling risico auto-inzittenden door veiliger auto's en weginrichting').

  • Er is ook een ongelijke verdeling over de modaliteiten. Het jaarlijks aantal doden onder inzittenden van personenauto's is sinds 2004 meer dan gehalveerd: van 420 naar 193. Bij fietsers is het aantal doden licht gestegen (2 procent). Deze stijging heeft zich vooral voorgedaan onder 70-plussers (45 procent). Het aantal dodelijke slachtoffers onder jongere fietsers is fors gedaald: bij 0- tot 15-jarigen met 77 procent en bij 15- tot 40-jarigen met 31 procent (zie ook Achtergrond 'Risico-ontwikkeling bij oudere fietsers relatief ongunstig').

  • Ruim een tiende (12 procent) van alle fietsdoden in 2013 betrof e-fietsers. Dit lijkt overeenkomstig het aandeel van de e-fiets in het totaal aantal fietskilometers (dat eveneens 12 procent bedraagt, zie hoofdboodschap 'Vooral ouderen zorgden voor sterke groei e-fietsgebruik'). Bij het merendeel van de doden onder de fietsers waren motorvoertuigen betrokken.

  • In de periode 2004-2013 is het aantal verkeersdoden onder fietsers (+2 procent) minder snel toegenomen dan het aantal fietskilometers (+7 procent). Per saldo daalde het overlijdensrisico (gedefinieerd als het aantal doden gedeeld door het aantal gereisde kilometers) voor zowel fietsers als auto-inzittenden, zij het voor auto-inzittenden sterker dan voor fietsers.

  • De daling van het risico onder auto-inzittenden is deels te herleiden tot veiliger auto's. Denk daarbij aan de toepassing van airbags, cruise control, antiblokkeersystemen en dergelijke. Daarnaast is de weginrichting veiliger geworden door onder andere de aanleg van rotondes, 30- en 60-kilometerzones (zie ook Achtergrond 'Daling risico auto-inzittenden door veiliger auto's en weginrichting').

  • Over de aantallen ernstig verkeersgewonden per modaliteit of leeftijdsgroep is sinds 2009 geen informatie meer voorhanden (SWOV, 2013b). Om toch iets te kunnen zeggen over de verdeling naar modaliteiten heeft de SWOV recentelijk analyses uitgevoerd op basis van de in de Landelijke Medische Registratie (LMR) geregistreerde gewonden (SWOV, 2013b) (zie ook Achtergrond 'Ontwikkeling aantal ernstig gewonde fietsers').

Gebruikte afkortingen