Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Maatschappelijk belang

Maatschappelijk belang van mobiliteit groot

Maatschappelijk belang van mobiliteit groot

Maatschappelijk belang van mobiliteit groot

Toelichting


Maatschappelijk belang van mobiliteit op basis van kosten en uitgaven door consumenten en bedrijven, in 2012. Bron: KiM.



  • Het KiM gebruikt de betalingsbereidheid van burgers en bedrijven om het belang van mobiliteit te bepalen en te beschrijven. Deze betalingsbereidheid wordt afgemeten aan de kosten die consumenten en bedrijven maken voor mobiliteit. Deze bedroegen in 2012 in totaal minimaal circa 120 miljard euro.

  • Het belang van mobiliteit voor de Nederlandse burgers bedroeg in 2012 minimaal 68 miljard euro. Dit bedrag is gebaseerd op de uitgaven aan vervoer (40 miljard euro, ofwel zo'n 15 procent van de totale particuliere consumptie) en de in geld uitgedrukte tijd dat mensen onderweg zijn (28 miljard euro; zie Achtergrond 'Tijdkosten voor consumenten en bedrijven').

  • Voor de Nederlandse bedrijven bedroeg het belang van mobiliteit in 2012 minimaal 56 miljard euro. Dit bedrag is gebaseerd op 27,4 miljard voor de externe inkoop van transportdiensten, 25,2 miljard aan additionele kosten en circa 3,6 miljard voor de tijdkosten van zakelijk verkeer (zie Achtergrond 'Tijdkosten voor consumenten en bedrijven'). Deze uitgaven aan mobiliteit bedragen ongeveer 7 procent van het bedrag dat Nederlandse bedrijven uitgaven aan alle goederen en diensten.

  • Het belang van mobiliteit komt ook tot uitdrukking in de mate waarin de mobiliteit is verweven met de rest van de Nederlandse economie. Als alternatief voor de benadering op basis van uitgaven heeft het KiM voor bedrijven ook de relaties met andere bedrijfstakken geanalyseerd. Zie Achtergrond 'Mobiliteit sterk verweven met de Nederlandse economie'.

Verdieping en verklaring

  • Het bedrag van 120 miljard euro is een ondergrens van het maatschappelijk belang. Als het belang geringer zou zijn dan de som van bestedingen en tijd, zouden consumenten en bedrijven immers niet kiezen voor de verplaatsing dan wel het betreffende transport. Er zijn ook consumenten die bereid zijn om meer te betalen voor hun mobiliteit dan de huidige kosten: het consumentensurplus.

  • De consumptieve bestedingen van huishoudens aan vervoer bedroegen volgens het CBS in 2012 zo'n 33 miljard euro (CBS, 2013). Daarmee geven huishoudens ruwweg evenveel uit aan vervoer als aan voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken. Daarnaast zijn er de uitgaven aan autoverzekeringen en motorrijtuigenbelasting die het CBS niet tot de categorie 'vervoer' rekent, maar die wel rechtstreeks met vervoer samenhangen. De totale vervoersuitgaven van huishoudens bedragen dan bijna 40 miljard euro. Onderstaande figuur geeft de verdeling van deze uitgaven.


Verdeling vervoersuitgaven van consumenten, in miljarden euro, 2012. Bron: CBS; bewerking KiM.



  • De additionele kosten die bedrijven maken, betreffen het zogeheten 'eigen vervoer' door bedrijven met eigen bedrijfsvoertuigen, de uitgaven aan vervoer van het zakelijk bestelverkeer en de uitgaven aan auto's van de zaak, waaronder leaseauto's (ECORYS, 2011). De waarde van deze drie posten bedroeg in 2012 3,2 miljard, 16,2 miljard respectievelijk 5,8 miljard euro.

Gebruikte afkortingen