Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Personenvervoer

Totale mobiliteit over land gestabiliseerd

Totale mobiliteit over land gestabiliseerd

Totale mobiliteit over land gestabiliseerd

Toelichting


Ontwikkeling personenvervoer naar vervoerwijzen, 1995-2014, in miljarden reizigerskilometers (boven); verplaatsingen en reizigerskilometers naar vervoerwijzen in 2014, (onder). Bron: RWS/CBS OVG/MON/OViN; bewerking KiM.



  • Gemiddeld leggen Nederlanders binnen de eigen landsgrenzen jaarlijks een kleine 11.000 kilometer per persoon af. Dit komt neer op een totale jaarkilometrage van 184 miljard kilometer. De laatste jaren is hier nauwelijks iets in veranderd.
  • Ook het totaal aantal verplaatsingen is nagenoeg onveranderd: zowel in 2004 als in 2014 verplaatsten Nederlanders zich gemiddeld circa drie keer per dag. In totaal komt dit neer op bijna 19 miljard verplaatsingen op jaarbasis.
  • Bijna een derde van alle verplaatsingen en de helft van de afgelegde kilometers leggen Nederlanders af als autobestuurder. Dit is de belangrijkste wijze van verplaatsen. In de jaren na 2004 vlakte de toename van het aantal als autobestuurder afgelegde reizigerskilometers af. Sinds 2008 blijft dit aantal op een vrijwel gelijk niveau.
  • Bijna 15 procent van alle verplaatsingen en 22 procent van de afgelegde kilometers wordt afgelegd op de bijrijdersstoel of achterbank van de auto. Sinds 2004 is het gebruik van de auto als passagier met 14 procent afgenomen (uitgedrukt in reizigerskilometers).
  • Een kwart van alle verplaatsingen en bijna een tiende van de afgelegde kilometers gaat per fiets. Vooral op de korte afstanden is fietsen een veelgebruikte wijze van verplaatsen. Uitgedrukt in reizigerskilometers is het fietsgebruik sinds 2004 met bijna 9 procent toegenomen.
  • De trein is goed voor 2 procent van de verplaatsingen en 9 procent van alle reizigerskilometers. De trein wordt vooral gebruikt om (middel)lange afstanden te overbruggen. Sinds 2004 is het treingebruik met een kwart toegenomen.

Verdieping en verklaring


Ontwikkeling personenvervoer naar motieven, 1995-2014, in miljarden reizigerskilometers (boven); verplaatsingen en reizigerskilometers naar motieven in 2014 (onder). Bron: RWS/CBS OVG/MON/OViN; bewerking KiM.



  • Met bijna 80 miljard reizigerskilometers omvat de vrijetijdsmobiliteit in 2014 ongeveer de helft van de totale mobiliteit van Nederlanders op jaarbasis binnen de eigen landsgrenzen (zie verder Achtergrond ‘Helft mobiliteit heeft een sociaal-recreatief doel’).
  • Bijna 40 procent van alle sociaal-recreatieve ritten gaat per auto. Doordat een groot deel van deze ritten wordt afgelegd op de passagiersstoel of de achterbank, is de bezettingsgraad van de auto relatief hoog (zie verder Achtergrond ‘Twee vijfde van de sociaal-recreatieve mobiliteit gaat per auto’). In omvang is de vrijetijdsmobiliteit sinds 2004 met 5 procent toegenomen.
  • De werkgerelateerde mobiliteit (optelsom van woon-werk- en zakelijke mobiliteit) nam tot 2008 toe. Sindsdien is het aantal werkgerelateerde kilometers licht afgenomen, al was er een kortdurend herstel in 2011. De economische crisis speelt hierbij een belangrijke verklarende rol. Ten opzichte van 2004 groeide de werkgerelateerde mobiliteit per saldo met 4 procent.
  • De voor winkelen afgelegde kilometers zijn sinds 2004 met 7 procent afgenomen. Dit geldt voor alle leeftijdsgroepen jonger dan 60 jaar en voor alle vervoerwijzen. Een verklaring voor de dalende trend is de economische crisis. Ook de opkomst van het webwinkelen zou een rol kunnen spelen, hoewel een eerste verkennend onderzoek hierover vooralsnog geen uitsluitsel geeft (zie Achtergrond ‘De invloed van webwinkelen op mobiliteit’). 
Gebruikte afkortingen