Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Personenvervoer

Autokilometers sinds 2008 vrijwel op gelijk niveau gebleven

Autokilometers sinds 2008 vrijwel op gelijk niveau gebleven

Autokilometers sinds 2008 vrijwel op gelijk niveau gebleven

Toelichting


Ontwikkeling autogebruik als bestuurder, 1995-2014, in miljarden reizigerskilometers naar motieven.



  • De mobiliteit als autobestuurder, en daarmee het autoverkeer, is sinds 2004 toegenomen met 6 procent. Het merendeel van deze groei vond plaats in de periode tot 2008. Na 2008 is het aantal als autobestuurder afgelegde kilometers gestabiliseerd, om in 2011 weer even toe te nemen. De laatste jaren is er nauwelijks sprake van verandering.
  • Met name voor de werkgerelateerde mobiliteit (de optelsom van woon-werk- en zakelijke mobiliteit) was er in de periode tot 2008 nog een toename zichtbaar, zowel in het aantal verplaatsingen als in de afgelegde afstanden. Daarna leidde de economische crisis tot een stabilisering van de werkgerelateerde mobiliteit.
  • Een derde van alle autokilometers wordt afgelegd voor vrijetijdsbesteding. Het bezoek aan familie en vrienden is de belangrijkste bron van automobiliteit in de vrije tijd: jaarlijks is dit motief goed voor 26,7 miljard autoreizigerskilometers (zie Achtergrond ‘Autogebruik van twintigers en dertigers onder de loep’ en ‘Helft mobiliteit heeft een sociaal-recreatief doel’).
  • Deze ontwikkelingen in het autogebruik als bestuurder zijn ook zichtbaar in de verkeersomvang op het hoofdwegennet (HWN): over de hele periode 2004-2014 nam de verkeersomvang op het HWN met 11 procent toe (dit is overigens inclusief het vrachtverkeer en het verkeer van buitenlanders). Het merendeel van die groei vond plaats in de periode tot 2008. Met uitzondering van het laatste jaar: in 2014 is de verkeersomvang op het hoofdwegennet met 2 procent toegenomen en het reistijdverlies met 6 procent (zie verder ‘Het reistijdverlies op het hoofdwegennet is in 2014 voor het eerst sinds 2010 toegenomen’).

Ontwikkeling van het verkeer via het hoofdwegennet, 2004-2014 (2004 =100).



Verdieping en verklaring


Ontwikkeling autogebruik als bestuurder, 1995-2014, in miljarden reizigerskilometers naar leeftijdsgroepen. Bron: RWS/CBS, OVG/MON/OViN.



  • Vooral de groep 40-plussers is meer kilometers als autobestuurder gaan afleggen (+23 procent). Onder de groep volwassenen tot 40 jaar is het autogebruik als bestuurder juist afgenomen (-17 procent).
  • De verschillen in autogebruik tussen volwassenen tot 40 jaar en 40-plussers komen deels door de veranderde omvang van deze groepen: het aantal personen jonger dan 40 jaar nam af terwijl het aantal 40-plussers in de bevolking toenam. Maar ook na correctie voor deze demografische verschuivingen blijft de observatie overeind dat het autogebruik onder 40-plussers is toegenomen en dat onder volwassenen tot 40 jaar is afgenomen (zie Achtergrond ‘Autogebruik onder twintigers en dertigers onder de loep’).
  • Deels is het afgenomen autogebruik van de personen jonger dan 40 jaar te verklaren uit hun veranderde maatschappelijke positie. Zo is het aantal werkende jongvolwassenen afgenomen, terwijl het aantal studenten – die gemiddeld veel minder autorijden dan werkende jongeren – juist toenam. Daarnaast is het voor jongvolwassenen moeilijk om in economisch zware tijden een auto te bezitten. Een derde voor de hand liggende verklaring voor de afvlakkende groei is dat de arbeidsparticipatie van vrouwen voorlopig een plafond lijkt te hebben bereikt.
  • Ook de woonomgeving is van invloed op het autogebruik. Onder jongvolwassenen zien we een verschuiving optreden van het autogebruik als bestuurder naar het gebruik van de fiets en het (stedelijk) openbaar vervoer. Deze verschuiving heeft te maken met een toename van het aantal jongvolwassenen in de stedelijke gebieden, in combinatie met de groei van het aantal studenten in de steden.
  • In aanvulling op deze situationele verklaringen wijzen sommige onderzoekers ook op culturele veranderingen. Hierdoor zouden jongeren minder belang en status aan de auto hechten. Voor Nederland heeft het KiM hiervoor evenwel geen bewijzen gevonden: van een fundamenteel andere houding ten aanzien van de auto lijkt vooralsnog geen sprake.
  • De toename van het autogebruik onder 40-plussers is niet alleen een effect van de toegenomen groepsgrootte, maar heeft ook te maken met verschuivingen in de samenstelling van de 40-plussers: nieuwe generaties ouderen hebben een hoger opleidingsniveau, een hogere arbeidsdeelname bij vrouwen, een hoger rijbewijs- en autobezit en werken ook langer door (Van Dam et al., 2013).
  • Daarnaast zijn er andere factoren van invloed op de veranderingen in het autogebruik als bestuurder. Zo blijkt de toename van het verkeer op het hoofdwegennet deels te kunnen worden verklaard door de aanleg van extra rijstroken (zie Achtergrond ‘Invloed systeemkenmerken op ontwikkeling autogebruik’). De stijging van de brandstofprijzen had daarentegen een dempende werking op de verkeersdrukte (hoewel die prijzen het laatste jaar weer zijn gedaald, zie ook Achtergrond ‘Invloed systeemkenmerken op ontwikkeling autogebruik’). 
Gebruikte afkortingen