Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Bereikbaarheid

Reistijdverlies op het hoofdwegennet is in 2014 voor het eerst sinds 2010 toegenomen

Reistijdverlies op het hoofdwegennet is in 2014 voor het eerst sinds 2010 toegenomen

Reistijdverlies op het hoofdwegennet is in 2014 voor het eerst sinds 2010 toegenomen

Toelichting


Ontwikkeling van verkeer (voertuigkilometers) en bereikbaarheid (reistijdverlies) via het hoofdwegennet, 2004-2014 (2004 =100).



  • In 2014 is het reistijdverlies op het hoofdwegennet in Nederland toegenomen met 6 procent ten opzichte van 2013. De omvang van het reistijdverlies lag in 2014 15 procent onder het niveau van 2004 en 31 procent onder het niveau van 2010.
  • De verkeersomvang op het Nederlandse hoofdwegennet nam in 2014 met 2 procent toe.
  • De toename van het reistijdverlies op het hoofdwegennet in 2014 is het gevolg van de groei van het verkeer, met name in het westen en zuiden van het land (zie Achtergrond ‘Reistijdverlies op het hoofdwegennet in 2014’. Door een toename van economische activiteiten worden waarschijnlijk meer reizen gemaakt.


Verdieping en verklaring


Verklaring ontwikkeling reistijdverlies op hoofdwegen, 2004-2013. Bron: KiM.



  • Het reistijdverlies op het hoofdwegennet in Nederland is in 2014 afgenomen met 15 procent ten opzichte van 2004.
  • Sociaal-economische factoren leverden de grootste bijdrage aan de toename van het reistijdverlies: 47 procent.
    • De economische crisis heeft het reistijdverlies in 2014 ten opzichte van 2004 met 16 procent doen afnemen. Zonder de crisis zou de bijdrage van de sociaal-economische factoren aan het reistijdverlies 63 procent zijn geweest. De veranderingen in de sociaal-economische factoren (veranderingen van bevolking, banen en autobezit in gemeenten) hebben een effect op het reistijdverlies dat optreedt op wegen in het invloedsgebied. Deze factoren hebben invloed op zowel het reistijdverlies dat wordt veroorzaakt door het personenverkeer (39 procent) als het reistijdverlies dat wordt veroorzaakt door het vrachtverkeer (8 procent). Zie Achtergrond ‘Methodiek effect van externe factoren en van recessie’) en Achtergrond ‘Bijdrage vrachtverkeer aan reistijdverlies’).
    • De uitbreiding van het wegennet (spits- en plusstroken en wegverbredingen), vooral op de hoofdwegen rond Amsterdam, Utrecht en Eindhoven in de jaren 2011-2013, heeft in 2014 voor 50 procent bijgedragen aan de reductie van het reistijdverlies. De openstelling van nieuwe wegen (bijvoorbeeld de A5, A30 en A50) zorgde in de periode 2004-2014 voor een daling van het reistijdverlies met circa 1 procent op het vóór de opening bestaande hoofdwegennet.
  • Om de effecten van Het Nieuwe Werken op het reistijdverlies te kunnen bepalen zijn onvoldoende gegevens beschikbaar. Wel is met bestaande gegevens het effect bepaald van telewerken (zie Achtergrond ‘Het Nieuwe Werken en telewerken’). Telewerken heeft ertoe bijgedragen dat het reistijdverlies in de periode 2004-2014 met 5 procent is afgenomen. Het percentage telewerkers in loondienst dat ten dele thuis werkt, nam toe van 1 procent in 2000 tot 20 procent in 2014.
  • Ongevallen droegen met 1 procent bij aan een afname van het reistijdverlies, terwijl wegwerkzaamheden en weersomstandigheden elk een bijdrage hadden van 1 procent in de toename van het reistijdverlies. Per saldo leidden deze ontwikkelingen in de periode 2004-2013 tot een toename van het reistijdverlies met 1 procent.
  • De verlaging van de belasting op het woon-werkverkeer (Belastingplan 2004) heeft in de periode 2004-2014 geleid tot circa 8 procent meer reistijdverlies (zie ook CPB, 2004; KiM, 2012).
  • De snelheidsverlagingen die zijn bedoeld om de luchtkwaliteit te verbeteren, en de trajectcontroles op het hoofdwegennet droegen gezamenlijk bij aan een toename van het reistijdverlies met circa 4 procent. Wel hadden deze maatregelen een positief effect op de onbetrouwbaarheid van de reistijd en de extreme reistijdverliezen (zie Achtergrond ‘Verklaring van de ontwikkeling van de extreme reistijdverliezen’).
  • Verkeersmanagement (dynamische route-informatiepanelen en toeritdoseerinstallaties) heeft bijgedragen aan een afname in de ontwikkeling van het reistijdverlies met 6 procent.
  • In de periode 2004-2014 is de verkeersomvang op de hoofdwegen toegenomen met 11 procent (zie Achtergrond ‘Extra rijstroken leidden tot meer verkeer op het hoofdwegennet’).

Verklaring van de toename van de verkeersomvang op hoofdwegen, 2004-2014. Bron: KiM.



  • De aanleg van extra rijstroken heeft niet alleen bijgedragen aan de afname van het reistijdverlies, maar heeft ook 4 procent bijgedragen aan de groei van de verkeersomvang op de hoofdwegen in de periode 2004-2014. Een deel hiervan (geraamd op 2 procent; zie KiM, 2014) is bestaand verkeer en afkomstig van overige wegen.
Gebruikte afkortingen