Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Verkeersveiligheid en milieu

Daling bij alle verkeersemissies, sinds 2011 ook bij CO2

Daling bij alle verkeersemissies, sinds 2011 ook bij CO<sub>2</sub>

Daling bij alle verkeersemissies, sinds 2011 ook bij CO2

Toelichting


Ontwikkeling van de belangrijkste verkeersemissies, 2004-2014. Cijfers voor 2014 zijn voorlopig. Bron: CBS Statline (2015) en Emissieregistratie (2015). Zie Achtergrond ‘Begrippenkader’ voor de gehanteerde definitie van verkeer en voor uitleg van de begrippen in de figuur.



  • De CO2-uitstoot (IPCC) door het verkeer daalde tussen 2011 en 2014 met 12 procent; tussen 2013 en 2014 was de daling 6 procent. Er lijkt sprake te zijn van een kentering, aangezien de CO2-emissies van de verkeerssector tussen 2004 en 2011 vrijwel gelijk bleven.
  • Bij alle stoffen, met uitzondering van SO2, leverde het wegverkeer in absolute zin de grootste bijdrage aan de emissiereducties. Bij SO2 nam de zeevaart de grootste daling voor zijn rekening. SO2-emissies van de andere modaliteiten zijn sowieso gering in vergelijking tot die van de zeevaart. In Verdieping en verklaring laten we de emissie-ontwikkeling per modaliteit zien. Voor CO2, NOx, NMVOS en SO2 gelden nationale emissieplafonds waaraan Nederland zich in internationaal verband (Kyoto-protocol, NEC-richtlijn) moet houden. Voor de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5) is een dergelijk plafond in voorbereiding (NEC-richtlijn). Verkeer levert aan deze stoffen een belangrijke bijdrage. In internationaal verband bestaan geen aparte reductieafspraken voor het verkeer; in het SER Energieakkoord is wel een CO2-doel specifiek voor verkeer vastgelegd. De emissies van de zeevaart vallen buiten de afspraken.

Verdieping en verklaring


Ontwikkeling emissies per modaliteit, in miljoenen kilogrammen per jaar, 2004-2014. Cijfers voor 2014 zijn voorlopig. Bron: CBS Statline (2015) en Emissieregistratie (2015). Zie Achtergrond ‘Begrippenkader’ voor uitleg van de begrippen in de figuur.



  • Het wegverkeer is op het land de grootste bron van emissies. De zeevaart stoot een hoeveelheid PM10 en NOx uit die vergelijkbaar is met die van het wegverkeer. De zeevaart stoot verreweg de meeste SO2 uit.
  • Bij alle modaliteiten vertonen de emissies een dalende trend, met uitzondering van de CO2-uitstoot door de binnenvaart: deze is sinds 2004 met 25 procent gestegen. De dalende trends zijn niet bij alle modaliteiten even sterk. Bij het wegverkeer is relatief veel progressie geboekt, bij de binnenvaart relatief weinig.
  • De emissiereducties bij het wegverkeer vonden plaats ondanks een (lichte) stijging van het aantal gereden kilometers, het wegverkeersvolume: de daling van de uitstoot per kilometer was groter dan de volumegroei. Bij NMVOS, NOx en PM10 daalde de uitstoot per gereden kilometer vooral door de Europese eisen aan de uitlaatemissies van wegvoertuigen en mobiele werktuigen, de zogeheten Euronormen (RIVM, 2014a). Deze bestaan sinds 1992 en zijn sindsdien regelmatig aangescherpt. Bij de daling van de CO2-uitstoot per gereden kilometer spelen, naast Europese CO2-normen voor personenauto’s en bestelauto’s, ook het Nederlandse fiscale beleid voor zuinige auto’s en de olieprijs een rol. Zie Achtergrond ‘Ontwikkeling kilometrage en emissies bij personenauto’s’, ‘Ontwikkeling kilometrage en emissies bij bestelauto’s’, ‘Ontwikkeling kilometrage en emissies bij vrachtauto’s’ over de ontwikkeling bij de drie grootste wegmodaliteiten.
  • Bij alle modaliteiten komt de afname van de SO2-emissie door de steeds strengere wettelijke eisen aan het zwavelgehalte van brandstoffen (benzine, diesel, zware stookolie en scheepsbrandstoffen).
Gebruikte afkortingen