Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Maatschappelijk belang

De jaarlijkse kosten en uitgaven van burgers en bedrijven voor mobiliteit blijven redelijk constant

De jaarlijkse kosten en uitgaven van burgers en bedrijven voor mobiliteit blijven redelijk constant

De jaarlijkse kosten en uitgaven van burgers en bedrijven voor mobiliteit blijven redelijk constant

Toelichting


Het maatschappelijk belang van mobiliteit gemeten op basis van kosten en uitgaven (in miljarden euro’s) door burgers en bedrijven (in lopende prijzen). Bron: KiM (kosten en uitgaven bedrijven: 2014 is voorlopig cijfer).



  • De kosten die consumenten en bedrijven maken voor mobiliteit, bedroegen in 2014 in totaal minimaal circa 131 miljard euro. Aan deze kosten wordt de betalingsbereidheid van burgers en bedrijven afgemeten die het KiM gebruikt om het maatschappelijk belang van mobiliteit te bepalen en te beschrijven.
  • Het maatschappelijk belang van mobiliteit voor de Nederlandse burgers bedroeg in 2014 minimaal 74 miljard euro. Dit bedrag is gebaseerd op de uitgaven aan vervoer (44 miljard euro, ofwel zo’n 15 procent van de totale consumptieve bestedingen door huishoudens) en de in geld uitgedrukte tijd dat mensen onderweg zijn (30 miljard euro; zie Achtergrond ‘Tijdkosten voor burgers en bedrijven’).
  • Voor de Nederlandse bedrijven bedroeg het maatschappelijk belang van mobiliteit in 2014 minimaal 57 miljard euro. Dit bedrag is gebaseerd op 28,3 miljard voor de inkoop van transportdiensten, ongeveer 25,2 miljard aan additionele kosten (eigen vrachtvervoer, zakelijk bestelverkeer en de auto van de zaak) en circa 3,7 miljard voor de tijdkosten van het zakelijk verkeer (zie Achtergrond ‘Tijdkosten voor burgers en bedrijven’). Deze kosten aan mobiliteit bedragen ongeveer 5 procent van het bedrag dat binnenlandse bedrijven in Nederland uitgaven aan alle goederen en diensten.
  • Het maatschappelijk belang van mobiliteit komt ook tot uitdrukking in de mate waarin transport is verweven met de rest van de Nederlandse economie. Dit kan een alternatief zijn voor de benadering op basis van kosten en uitgaven. (Zie Achtergrond ‘Verwevenheid van de transportsector met andere sectoren van de Nederlandse economie’).

Verdieping en verklaring

  • De kosten die burgers en bedrijven maken voor mobiliteit (131,3 miljard euro in 2014) vormen een ondergrens van het maatschappelijk belang van mobiliteit. Als het belang van een verplaatsing geringer is dan de kosten (inclusief de tijdkosten), zouden burgers en bedrijven immers niet kiezen voor deze verplaatsing dan wel het betreffende transport. Er zijn ook burgers en bedrijven die bereid zijn om meer te betalen voor hun mobiliteit dan de kosten die in rekening worden gebracht: het consumentensurplus.
  • De consumptieve bestedingen van huishoudens aan vervoer bedroegen volgens het CBS in 2014 zo’n 36,4 miljard euro (CBS, 2015). Daarmee geven huishoudens ruwweg evenveel uit aan vervoer als aan voedingsmiddelen en tabak. Daarnaast zijn er de uitgaven aan autoverzekeringen (3,4 miljard) en motorrijtuigenbelasting (4,4 miljard), die het CBS niet tot de categorie ‘vervoer’ rekent maar die wel rechtstreeks met vervoer samenhangen. De totale vervoersuitgaven van huishoudens bedragen dan bijna 44,2 miljard euro. Daarbovenop komen nog de tijdkosten (29,9 miljard euro).
  • Onderstaande figuur geeft de verdeling van de totale kosten en uitgaven van burgers aan mobiliteit (74,2 miljard), namelijk:
    • consumptieve bestedingen
      • aankoop voertuigen (12 procent, 8,7 miljard);
      • brandstofverbruik (15 procent, 10,9 miljard);
      • onderhoud/ reparatie/ overig (14 procent, 10,8 miljard);
      • openbaar vervoer (5 procent, 3,4 miljard);
      • vliegreizen (2 procent, 1,8 miljard);
      • vervoer over water en overig (1 procent, 0,9 miljard);
    • autoverzekeringen (5 procent);
    • motorrijtuigenbelasting (6 procent);
    • tijdkosten (40 procent).

Verdeling van de totale kosten van Nederlandse burgers aan mobiliteit in Nederland, 2014. Bron: CBS, KiM; bewerking KiM.



  • De volgende figuur geeft de verdeling van de totale kosten en uitgaven van bedrijven aan mobiliteit (57,2 miljard), namelijk: inkoop transportdiensten (50 procent, 28,3 miljard), additionele kosten (25,2 miljard), en ten slotte de tijdkosten van het zakelijk verkeer (6 procent, 3,7 miljard).
  • De additionele kosten die bedrijven maken, betreffen het zogeheten ‘eigen vervoer’ door bedrijven met eigen vrachtwagens, de kosten aan vervoer van het zakelijk bestelverkeer en de kosten aan auto’s van de zaak, waaronder leaseauto’s (Ecorys, 2011). De waarde van deze drie posten bedroeg in 2013 circa 2,4 miljard (4 procent), 17 miljard (30 procent) respectievelijk 5,8 miljard euro (10 procent). 

Verdeling van totale kosten van Nederlandse bedrijven aan mobiliteit in Nederland (2014) Bron: CBS, KiM; bewerking KiM. (Kosten aan eigen vrachtvervoer, zakelijk bestelverkeer en auto van de zaak zijn gebaseerd op cijfers van 2013).



Gebruikte afkortingen