Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Personenvervoer

Groei autoverkeer manifesteert zich vooral op het hoofdwegennet

Groei autoverkeer manifesteert zich vooral op het hoofdwegennet

Groei autoverkeer manifesteert zich vooral op het hoofdwegennet

Toelichting


Ontwikkeling autogebruik als bestuurder, 2005-2015, in miljarden reizigerskilometers naar motieven. Bron: RWS/CBS MON/OViN; bewerking KiM.



  • De mobiliteit als autobestuurder, en daarmee het autoverkeer, is sinds 2005 toegenomen met 7 procent. Een derde van deze groei vond plaats in de eerste twee jaar, de periode 2005-2007. Na 2007 zwakte de groei van het aantal als autobestuurder afgelegde kilometers af, tot gemiddeld een half procent per jaar.
  • In de werkgerelateerde (de optelsom van woonwerk- en zakelijk) mobiliteit was  in de periode tot 2008 nog een toename zichtbaar, zowel in het aantal verplaatsingen als in de afgelegde afstanden. In de jaren daarna (2008-2010) leidde de economische crisis tot een stabilisering van de werkgerelateerde mobiliteit. Vanaf 2011 vond er een stijging plaats naar een nieuw stabiel niveau van circa 48 miljard reizigerskilometers per jaar.
  • Ruim 40 procent van alle autokilometers wordt afgelegd voor vrijetijdsbesteding en overige activiteiten.
  • Deze ontwikkelingen in het autogebruik als bestuurder zijn ook zichtbaar in de verkeersomvang op het hoofdwegennet (HWN): over de hele periode 2005-2015 nam de verkeersomvang op het HWN met 12 procent toe (dit is overigens inclusief het vrachtverkeer en het verkeer van buitenlanders). Ruim een derde  van die groei vond plaats in de periode tot 2007. Daarna volgde tot 2013 een vrijwel stabiele periode met uitzondering van een eenmalige toename van 3 procent in 2011. Sinds 2014 neemt de verkeersomvang op het hoofdwegennet weer toe. In 2015 nam ten opzichte van 2014 de verkeersomvang met 2 procent toe en het reistijdverlies met 22 procent (zie verder ‘Het reistijdverlies op het hoofdwegennet is in 2015 met 22 procent toegenomen’).

Ontwikkeling van het verkeer via het hoofdwegennet, 2005-2015 (2005 =100). Bron: RWS/WVL, bewerking KiM.


Verdieping en verklaring


Ontwikkeling autogebruik als bestuurder, 2005-2015, in miljarden reizigerskilometers naar leeftijdsgroepen. Bron: RWS/CBS, MON/OViN.


  • Sinds 2005 is vooral de groep 40-plussers meer kilometers als autobestuurder gaan afleggen (+23 procent). Onder de groep volwassenen tot 40 jaar is het autogebruik als bestuurder juist afgenomen (-16 procent).
  • De verschillen in autogebruik tussen volwassenen tot 40 jaar en 40-plussers komen deels door de veranderde omvang van deze groepen: het aantal personen jonger dan 40 jaar nam af terwijl het aantal 40-plussers in de bevolking toenam. Maar ook na correctie voor deze demografische verschuivingen blijft de observatie overeind dat het autogebruik onder 40-plussers is toegenomen en dat onder volwassenen tot 40 jaar is afgenomen (zie Achtergrond 'Autogebruik van leeftijdsgroepen onder de loep' en 'Methodiek decompositie-analyse').
  • Deels is het afgenomen autogebruik als autobestuurder van de personen jonger dan 40 jaar te verklaren uit hun veranderde maatschappelijke positie. Zo is het aantal werkende jongvolwassenen afgenomen, terwijl het aantal studenten – die gemiddeld veel minder autorijden dan werkende jongeren – juist toenam. Een tweede voor de hand liggende verklaring voor het afgenomen autogebruik is dat de arbeidsparticipatie van vrouwen voorlopig een plafond lijkt te hebben bereikt.
  • Ook de woonomgeving is van invloed op het autogebruik van de autobestuurder. Onder jongvolwassenen zien we een verschuiving optreden van het autogebruik als bestuurder naar met name het gebruik van de fiets. Deze verschuiving heeft te maken met een toename van het aantal jongvolwassenen in de stedelijke gebieden, in combinatie met de groei van het aantal studenten in de steden.
  • In aanvulling op deze situationele verklaringen wijzen sommige onderzoekers ook op culturele veranderingen. Hierdoor zouden jongeren minder belang en status aan de auto hechten. Voor Nederland heeft het KiM hiervoor evenwel geen bewijzen gevonden: van een fundamenteel andere houding ten aanzien van de auto lijkt vooralsnog geen sprake.
  • De toename van het autogebruik onder 40-plussers is niet alleen een effect van de toegenomen groepsgrootte, maar heeft ook te maken met verschuivingen in de kenmerken van de 40-plussers: nieuwe generaties ouderen hebben een hoger opleidingsniveau, een hogere arbeidsdeelname bij vrouwen, een hoger rijbewijs- en autobezit en werken ook langer door (Van Dam et al., 2013).
  • Daarnaast zijn er andere factoren van invloed op de veranderingen in het autogebruik als bestuurder. Zo blijkt de toename van het verkeer op het hoofdwegennet deels te kunnen worden verklaard door de aanleg van extra rijstroken. De stijging van de brandstofprijzen had daarentegen een dempende werking op de verkeersdrukte (hoewel die prijzen sinds 2012 zijn gedaald). Zie ook Achtergrond 'Invloed systeemkenmerken op ontwikkeling autogebruik'.
Gebruikte afkortingen