Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Personenvervoer

Ruim 5 miljard reizigerskilometers voor bus, tram en metro

Ruim 5 miljard reizigerskilometers voor bus, tram en metro

Ruim 5 miljard reizigerskilometers voor bus, tram en metro

Toelichting

  • Met de publicatie van CROW-KpVV (2016) zijn voor het eerst sinds 2011 weer gebruikscijfers van bus, tram en metro bekend. CROW-KpVV raamt aan de hand van opgaven van ov-autoriteiten, gebaseerd op ov-chipkaartdata, het aantal met bus, tram en metro gereisde kilometers voor 2014 op 5,2 miljard en voor 2015 op 5,4 miljard. De helft van alle door reizigers met bus, tram of metro gereisde kilometers wordt afgelegd in de concessies van stadsregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De groei in reizigerskilometers in 2015 ten opzichte van 2014 schat CROW-KpVV op 5 procent. De grootste groei zit bij de Stadsregio Amsterdam (+7 procent) en de provincie Utrecht (+7 procent), terwijl alleen de provincies Zeeland (-5 procent) en Limburg (-4 procent) een verlies aan reizigerskilometers noteren.
  • Tot 2011 werd het gebruik van bus, tram en metro op een andere wijze gemeten (via het zogeheten WROOV-onderzoek), waardoor sprake is van een methodebreuk. De cijfers van nu niet zijn dan ook niet goed te vergelijken met die uit het verleden, zie Achtergrond 'Gebruikscijfers bus, tram en metro'.
  • Voor alle andere vervoerwijzen geeft dit Mobiliteitsbeeld een beeld van de ontwikkeling over de jaren 2005-2015. Op basis van deze cijfers is dat voor bus, tram en metro echter niet mogelijk, vanwege deze methodebreuk.
  • Het door CROW-KpVV (2016) geschatte aantal reizigerskilometers in 2014 en 2015 voor bus, tram past goed binnen de bandbreedte van het aantal reizigerskilometers dat het KiM voor die jaren raamt op basis van doorlopend onderzoek naar verplaatsingsgedrag (MON/OViN). MON/OViN lijkt daarom bruikbaar voor een indicatie van de ontwikkeling over een langere periode. De indicatie op basis van MON/OViN is dat het gebruik van bus, tram en metro, gemeten naar het aantal gereisde ritten, in de periode 2005-2015 vrijwel gelijk is gebleven, terwijl het gebruik uitgedrukt in reizigerskilometers is afgenomen.
    In het totaalbeeld van alle verplaatsingen is de impact van de ontwikkeling in het gebruik van bus, tram en metro beperkt: door de jaren heen gaan vrijwel voortdurend 3 procent van alle verplaatsingen en 3 procent van alle verplaatsingskilometers in Nederland met bus, tram en metro.

Ontwikkeling reizigerskilometers en ritten bus, tram en metro, 2005-2015 (index 2005=100). Bron: MON/OViN.


Verdieping en verklaring

  • Indicatie op basis van analyse van de MON/OViN-data is dat de daling in gereisde kilometers sterker optreedt bij bus-, tram- en metroritten die niet als onderdeel van een treinverplaatsing worden gemaakt, en vooral is terug te leiden op het motief woon-werk. Het aandeel van de bus-, tram- en metroritten die als onderdeel van een treinverplaatsing worden gemaakt is in de periode 2005-2015 licht gegroeid.      
  • Het beeld van een daling in reizigerskilometers bij een gelijkblijvend gebruik in ritten past bij aanbodontwikkelingen die inzetten op het faciliteren van vervoervraag met een efficiënte inzet van middelen. Door bijvoorbeeld te vermijden dat bus en trein parallel rijden en lange buslijnen zoveel mogelijk aan te takken op de trein (‘visgraatmodel’) verschuiven er reizigerskilometers van de bus naar de trein, terwijl met de bus evenveel, of zelfs meer, ritten dan eerder gemaakt blijven worden. De afgelopen jaren hebben diverse regio’s op een dergelijke aanbodwijziging ingezet. De schaalgrootte daarvan lijkt echter te beperkt om de in MON/OViN waargenomen verkorting van de gemiddelde ritlengte volledig te kunnen verklaren. Van andere factoren (bijvoorbeeld economische recessie, hogere tarieven, verlies in populariteit ten gunste van de auto) zou eerder een daling van zowel het gebruik in reizigerskilometers als die in ritten te verwachten zijn, die echter niet aan de orde is. En van bijvoorbeeld een toenemende populariteit van de e-fiets ten koste van de bus en tram zou eerder een langere dan een kortere gemiddelde ritlengte verwacht worden, doordat de e-fiets meest waarschijnlijk vooral de kortere bus- en tramritten afroomt. 
Gebruikte afkortingen