Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Regionaal beeld

Woon-werkverkeer van en naar de agglomeraties Utrecht, Rotterdam en Amsterdam neemt toe

Woon-werkverkeer van en naar de agglomeraties  Utrecht, Rotterdam en Amsterdam neemt toe

Woon-werkverkeer van en naar de agglomeraties Utrecht, Rotterdam en Amsterdam neemt toe

Toelichting


Het percentage woon-werkverplaatsingen van en naar vijf stedelijke agglomeraties als afwijking in procentpunten van het landelijk gemiddelde percentage woon-werkverkeer (de nullijn). Bron: RWS, CBS, MON/OViN, bewerking KiM.


  • De pendel (aantal woon-werkverplaatsingen) van en naar de grootstedelijke agglomeraties Utrecht en Rotterdam (zie Achtergrond 'Grootstedelijke agglomeraties') nam tussen 2005 en 2015 fors toe ten opzichte van het Nederlands gemiddelde, met 18 respectievelijk 8 procent. Ook van en naar Amsterdam nam de pendel relatief toe en opzichte van het Nederlands gemiddelde, maar in mindere mate. Daarentegen was er bij de pendel van en naar de agglomeraties Eindhoven en Den Haag een licht negatieve trend te zien. Wel nam de pendel van en naar Den Haag vanaf 2013 weer enigszins toe, waardoor deze in 2015 gelijk was aan die in 2005.
  • De toename van de pendel in een agglomeratie komt vooral op het conto van de inwoners van die agglomeratie. Zij zijn met name meer woon-werkverplaatsingen gaan maken naar plaatsen buiten de eigen agglomeratie (zie ook Verdieping en verklaring).

Veranderingen in modal split woon-werkverplaatsingen tussen 2005 en 2015 van en naar de vijf stedelijke agglomeraties, in procenten. Bron: MON/OViN; bewerking KiM.


  • De pendel groeide vooral doordat het aandeel  autobestuurder toenam.
  • Het aandeel fiets in de pendel van en naar de agglomeraties Den Haag en Rotterdam heeft licht terrein gewonnen. De aandelen openbaar vervoer en autopassagier in de woon-werkverplaatsingen nam in alle vijf agglomeraties af. 

Verdieping en verklaring


Decompositie van de ontwikkeling in de modal split van woon-werkverplaatsingen van en naar vijf stedelijke agglomeraties, 2005-2015. Bron: MON/OViN; bewerking KiM. De veranderingen in de toe- of afname van het totaal aantal verplaatsingen tussen 2005 en 2015 zijn uitgesplitst in de bijdragen van de verschillende modaliteiten.


  • In de decompositie zijn de veranderingen uitgesplitst in een demografische (meer mensen) en een gedragscomponent (vaker). De demografische component laat de bijdrage zien bij onveranderd gedrag, de gedragscomponent de bijdrage bij een gelijkblijvend inwoneraantal. Beide kunnen bij elkaar worden opgeteld tot een totaal. 
  • In alle vijf stedelijke agglomeraties is de bijdrage van de gedragscomponent groter dan van de demografische component.
  • De toename van de pendel van en naar de stedelijke agglomeraties Amsterdam, Rotterdam en Utrecht is vooral te herleiden op het vaker reizen met de auto als bestuurder.  
  • In de agglomeraties Eindhoven en Den Haag is niet één bepaalde modaliteit verantwoordelijk voor de geringe wijziging in het aantal woon-werkverplaatsingen. 

Ontwikkeling van de bevolking en banen (linker as) en de pendel van en naar stedelijke agglomeraties van inwoners en niet-inwoners, in miljoen verplaatsingen (rechter as). Bron: RWS, CBS MON/OViN; bewerking KiM.


  • In Utrecht en Amsterdam is de pendel van inwoners tussen 2005 en 2015 sterk toegenomen, met 41 respectievelijk 26 procent. In de agglomeraties Den Haag en Rotterdam was die groei minder sterk, terwijl  in de agglomeratie Eindhoven de pendel van de inwoners in dezelfde periode stabiel bleef.
  • Vanaf 2005 nam de pendel van niet-inwoners van de agglomeratie Amsterdam (woon-werkverplaatsingen naar de agglomeratie) met 8 procent af. Het aantal banen binnen de agglomeratie nam daarentegen sterk toe, met bijna 20 procent.
  • In de agglomeratie Den Haag ging een afname van het aantal banen gepaard met een afname van de pendel van de niet-inwoners.
  • In de agglomeratie Utrecht nam zowel het aantal banen als de pendel van de niet-inwoners toe.
  • In alle agglomeraties nam de potentiële beroepsbevolking (18-64 jaar) toe. Dit zou een indicatie kunnen zijn voor de groei van de pendel van de inwoners.
  • Voor alle agglomeraties, uitgezonderd Eindhoven, worden dus meer woon-werkverplaatsingen gemaakt naar werkgelegen­heid buiten de eigen agglomeratie. De woon-werkbewegingen richting de agglomeraties zijn daarentegen voor bijna alle agglomeraties, uitgezonderd Rotterdam, afgenomen.
  • De dynamiek op de arbeidsmarkt en de woningmarkt is waarschijnlijk debet aan de gevonden resultaten. Nader onderzoek naar de relatie tussen arbeidsmarkt, woningmarkt en woon-werkmobiliteit moet uitwijzen of verschillen tussen de stedelijke agglomeraties kunnen worden verklaard. Daarnaast speelt de ruimtelijke configuratie van de agglomeraties een rol.
Gebruikte afkortingen