Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Verkeersveiligheid en Milieu

Het aantal verkeersdoden is in 2015 met 9 procent toegenomen

Het aantal verkeersdoden is in 2015 met 9 procent toegenomen

Het aantal verkeersdoden is in 2015 met 9 procent toegenomen

Toelichting


Ontwikkeling van het aantal verkeersdoden, 2005-2015. Bron: CBS Statline; bewerking KiM.


  • In 2015 vielen er 621 doden in het verkeer, een toename van 9 procent ten opzichte van 2014. Vergeleken met 2005 (817 doden) is er echter nog sprake van een daling van 24 procent. In het verleden heeft zich ondanks een dalende trend vaker een toename van het aantal verkeersdoden voorgedaan. Zo steeg het aantal verkeersdoden in 2011 met 3 procent. Onder personenauto-inzittenden is het aantal verkeersdoden voor het eerst sinds 1998 toegenomen (+20 procent in 2015 ten opzichte van 2014). Ook onder berijders van een gemotoriseerd invalidenvoertuig was er een grote toename van het aantal verkeersdoden: van 16 naar 41.
  • Veruit de meeste verkeersdoden in 2015 vielen onder personenauto-inzittenden (36 procent) en (e-)fietsers (30 procent). Van de overige verkeersdoden is 9 procent voetganger, 8 procent motorfietser, 7 procent berijder van een gemotoriseerd invalidenvoertuig (inclusief scootmobiel), 7 procent brom-/snorfietser en 3 procent een inzittende van een bestel- of vrachtauto.
  • Het aantal verkeersdoden onder (e-)fietsers is al drie jaar stabiel. De langetermijndaling (2005-2015) bij fietsers blijft achter bij die onder auto-inzittenden.
  • Het aandeel kwetsbare verkeersdeelnemers (voetganger, (e-)fietser, brom-/snorfietser, gemotoriseerd invalidenvoertuig) in het totale aantal verkeersdoden is toegenomen van 43 procent in 2004-2006 naar 55 procent gemiddeld over 2013-2015. Het aandeel inzittenden van een personen-, bestel- of vrachtauto en motorrijders in het aantal verkeersdoden daalde in die periode van 56 naar 47 procent.
  • Ten opzichte van 2014 is er een sterke toename van het aantal geregistreerde verkeersdoden op de Rijkswegen: van 63 in 2014 naar 82 in 2015 (IenM, 2016). Er is geen eenduidige verklaring voor de stijging (IenM, 2016). Zie verder Achtergrond 'Verkeersdoden op het rijkswegennet'.
  • Het aandeel 70-plussers onder de verkeersdoden is toegenomen van ongeveer een kwart in 2005 naar een derde in 2015. Onder de fietsers is meer dan de helft ouder dan 70 jaar.

Verdieping en verklaring


Het aantal verkeersdoden per leeftijdsgroep in 2005 en 2015, totaal (boven), onder personenauto-inzittenden (linksonder) en onder fietsers (rechtsonder). Bron: CBS Statline; bewerking KiM.


  • Het aantal verkeersdoden daalde tussen 2005 en 2015 met gemiddeld 2,7 procent per jaar.
  • De daling van het aantal verkeersdoden is ongelijk verdeeld over de leeftijdsgroepen. In de leeftijdsgroepen tot 40 jaar daalde het aantal verkeersdoden tussen 2005 en 2015 met gemiddeld ruim 5 procent per jaar. In de categorie 40-69-jarigen was de daling gemiddeld 2,6 procent per jaar. Bij 70-plussers steeg het aantal verkeersdoden tussen 2004 en 2014 gemiddeld bijna 1 procent per jaar. Deze ongelijke verdeling heeft deels te maken met veranderingen in de bevolkingssamenstelling en de verandering in het aantal afgelegde kilometers per persoon en deels met veranderingen in het risico (zie ook Achtergrond 'Sterke daling doden auto-inzittenden, sterke stijging bij oudere fietsers').
  • Ook over de modaliteiten is het aantal verkeersdoden ongelijk verdeeld. Het jaarlijks aantal doden onder inzittenden van personenauto’s is sinds 2005 met meer dan een derde gedaald: van 356 naar 224. Bij fietsers is het aantal doden vrijwel gelijk gebleven (van 181 naar 185). Dit was het effect van enerzijds een daling van het aantal omgekomen fietsers jonger dan 60 jaar (van 85 naar 50) en anderzijds een stijging bij de 60-plussers (van 96 naar 135). Zie ook Achtergrond 'Sterke daling doden auto-inzittenden, sterke stijging bij oudere fietsers'.
  • Van de geregistreerde fietsdoden in de periode 2013-2015 reed 13 procent op een elektrische fiets. Van hen waren negen van de tien ouder dan 60 jaar. Het aandeel van de e-fiets in het aantal fietskilometers van de groep ouder dan twaalf jaar bedroeg in 2013-2015 circa 10 procent (zie ‘Verjonging in het gebruik van de e-fiets en steeds meer gebruik voor woon-werkverkeer en winkelen’). In 2013-2015 waren bij 63 procent van de doden onder de fietsers motorvoertuigen betrokken; dit is gebaseerd op de doodsoorzakenstatistiek (CBS, 2016a).
  • In de periode 2005-2015 is het aantal verkeersdoden onder fietsers (+2 procent) minder snel toegenomen dan het aantal fietskilometers (+11 procent). Per saldo daalde dus het overlijdensrisico, gedefinieerd als het aantal doden gedeeld door het aantal gereisde kilometers.
  • Voor auto-inzittenden daalde het overlijdensrisico tussen 2005 en 2015 nog veel sterker dan voor fietsers: het aantal doden in deze groep daalde met 37 procent terwijl het aantal reizigerskilometers met 0,2 procent toenam. Deze daling bij auto-inzittenden is deels te herleiden tot veiliger auto’s. Denk daarbij aan de toepassing van airbags, cruise control, antiblokkeersystemen en dergelijke. Daarnaast is de weginrichting veiliger geworden door onder andere de aanleg van rotondes en 30 en 60 kilometerzones (zie ook Achtergrond 'Sterke daling doden auto-inzittenden, sterke stijging bij oudere fietsers').
Gebruikte afkortingen