Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Maatschappelijk belang

De jaarlijkse kosten en uitgaven van burgers en bedrijven voor mobiliteit nemen licht toe

De jaarlijkse kosten en uitgaven van burgers en bedrijven voor mobiliteit nemen licht toe

De jaarlijkse kosten en uitgaven van burgers en bedrijven voor mobiliteit nemen licht toe

Toelichting


Het maatschappelijk belang van mobiliteit gemeten op basis van kosten en uitgaven (in miljarden euro’s) door burgers en bedrijven (in lopende prijzen). Bron: KiM (kosten en uitgaven bedrijven: 2015 is voorlopig cijfer).


  • De kosten die consumenten en bedrijven in 2015 maakten voor mobiliteit, bedroegen minimaal circa 134 miljard euro. Het KiM gebruikt deze zogeheten betalingsbereid om het maatschappelijk belang van mobiliteit te bepalen en te beschrijven. Deze betalingsbereidheid wordt afgemeten aan de kosten die consumenten en bedrijven maken voor mobiliteit.
  • Het maatschappelijk belang van mobiliteit voor de Nederlandse burgers bedroeg in 2015 minimaal 75 miljard euro. Dit bedrag is gebaseerd op de uitgaven aan vervoer (46 miljard euro, ofwel zo’n 25 procent van de totale consumptieve bestedingen door huishoudens) en de in geld uitgedrukte tijd dat mensen onderweg zijn (29 miljard euro; zie Achtergrond 'Tijdkosten voor burgers en bedrijven').
  • Voor de Nederlandse bedrijven bedroeg het maatschappelijk belang van mobiliteit in 2015 minimaal 59 miljard euro. Dit bedrag is gebaseerd op 29,7 miljard voor de inkoop van transportdiensten, ongeveer 25,1 miljard aan additionele kosten (eigen vrachtvervoer, zakelijk bestelverkeer en de auto van de zaak) en circa 3,8 miljard voor de tijdkosten van het zakelijk verkeer (zie Achtergrond 'Tijdkosten voor burgers en bedrijven'). Deze kosten aan mobiliteit bedragen ongeveer 9 procent van het bedrag dat binnenlandse bedrijven in Nederland uitgaven aan alle goederen en diensten.

Verdieping en verklaring

  • De kosten die burgers en bedrijven maken voor mobiliteit (133,7 miljard euro in 2015) is een ondergrens van het maatschappelijk belang. Als het belang van een verplaatsing geringer zou zijn dan de kosten ervan (inclusief de tijdkosten), zouden burgers en bedrijven immers niet kiezen voor deze verplaatsing dan wel het betreffende transport. Er zijn ook burgers en bedrijven die bereid zouden zijn om meer te betalen voor hun mobiliteit dan de kosten die in rekening worden gebracht: het consumentensurplus.
  • De consumptieve bestedingen van huishoudens aan vervoer bedroegen volgens het CBS in 2015 zo’n 37,3 miljard euro (CBS, 2016). Daarmee geven huishoudens ruwweg evenveel uit aan vervoer als aan voedingsmiddelen en tabak. Daarnaast zijn er de uitgaven aan autoverzekeringen (3 miljard) en motorrijtuigenbelasting (5,5 miljard) die het CBS niet tot de categorie ‘vervoer’ rekent, maar die wel rechtstreeks met vervoer samenhangen. De totale vervoersuitgaven van huishoudens bedragen dan bijna 45,8 miljard euro. Daarbovenop komen nog de tijdkosten (29,3 miljard euro).
  • Onderstaande figuur geeft de verdeling van de totale kosten en uitgaven van burgers aan mobiliteit (75,1 miljard), namelijk:
    • consumptieve bestedingen
      • aankoop voertuigen (13 procent, 9,7 miljard),
      • brandstofverbruik (13 procent, 9,9 miljard),
      • onderhoud/reparatie/overig (15 procent, 11,3 miljard),
      • openbaar vervoer (5 procent, 3,6 miljard),
      • vliegreizen (3 procent, 1,8 miljard),
      • vervoer over water en overig (1 procent, 1 miljard);
    • autoverzekeringen (4 procent);
    • motorrijtuigenbelasting (7 procent);
    • tijdkosten (39 procent).

Verdeling van de totale kosten van Nederlandse burgers aan mobiliteit in Nederland (2015). Bron: CBS, KiM; bewerking KiM.


  • Onderstaande figuur geeft de verdeling van de totale kosten en uitgaven van bedrijven aan mobiliteit (58,6 miljard), namelijk: inkoop transportdiensten (51 procent, 29,7 miljard), additionele kosten (25,1 miljard), en ten slotte de tijdkosten van het zakelijk verkeer (6 procent, 3,8 miljard).
  • De additionele kosten die bedrijven maken, betreffen het zogeheten ‘eigen vervoer’ door bedrijven met eigen vrachtwagens (deze vrachtwagens zijn eigendom van het bedrijf, niet zijnde een transportbedrijf), de kosten aan vervoer van het zakelijk bestelverkeer en de kosten aan auto’s van de zaak, waaronder leaseauto’s (ECORYS, 2011). De waarde van deze drie posten bedroeg in 2014 circa 2,3 miljard (4 procent), 17 miljard (29 procent) respectievelijk 5,7 miljard euro (10 procent). 

Verdeling van totale kosten van Nederlandse bedrijven aan mobiliteit in Nederland (2015) Bron: CBS, KiM; bewerking KiM. (Kosten aan eigen vrachtvervoer, zakelijk bestelverkeer en auto van de zaak zijn gebaseerd op cijfers van 2014).


Gebruikte afkortingen