Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Toekomstbeeld 2016-2021

Wegverkeer en reistijdverlies nemen toe door aantrekkende economie en lagere olieprijs

Wegverkeer en reistijdverlies nemen toe door aantrekkende economie en lagere olieprijs

Wegverkeer en reistijdverlies nemen toe door aantrekkende economie en lagere olieprijs

Toelichting


Ontwikkeling van het wegverkeer (in miljard voertuigkilometers: links) en de congestie (in miljoen voertuigverliesuren: rechts) op het hoofdwegennet in de nabije toekomst. Bron: KiM/RWS.


  • Onder invloed van een aantrekkende economie en een lage reële brandstofprijs in 2016 groeit het wegverkeer op het hoofdwegennet (HWN) in 2016 naar verwachting met 3,5 procent. In 2017 loopt de brandstofprijs weer op en wordt een groei verwacht van 1,2 procent van het wegverkeer op het HWN. In de periode 2018-2021 zal de groei gemiddeld 1,5 procent per jaar zijn.
  • In vergelijking met 2015 worden er in 2021 11 procent meer voertuigkilometers afgelegd op het HWN. Het totale wegverkeer groeit tussen 2015 en 2021 iets minder en wel met 7 procent.
  • Na een langdurige periode waarin de congestie afnam, is vanaf het tweede trimester van 2014 de congestie op het hoofdwegennet weer toegenomen (RWS, 2016). In 2015 nam de congestie zelfs met 22 procent toe. Eind augustus 2016 ligt het verkeersvolume op het HWN 2,6 procent en het congestieniveau 8,5 procent boven het niveau van eind 2015. Op basis van deze feitelijke ontwikkeling tot en met augustus 2016 raamt het KiM de totale toename in 2016 van het wegverkeer op 3,5 procent en die van de voertuigverliesuren op 14,4 procent. Omdat de congestiecijfers behoorlijk kunnen fluctueren, kan de groei ook enkele procentpunten hoger of lager uitvallen. Het KiM verwacht in 2017 een toename van de congestie met circa 4 procent door een oplopende reële brandstofprijs.
  • Tot en met 2021 wordt de verwachte groei van het wegverkeer slechts voor een deel opgevangen door een uitbreiding van de wegcapaciteit. Het reistijdverlies kan hierdoor in totaal toenemen met 38 procent in vergelijking met 2015.
  • In een onzekere wereld is het lastig om de ontwikkelingen te ramen. De vooruitzichten voor de Nederlandse economie van het CPB voor de komende jaren zijn minder optimistisch dan eerder verwacht, onder andere door de gevolgen van de Brexit (CPB, 2016). Volgens het CPB dempt de Brexit de economische groei in 2017 met 0,4 procent en met 0,1 procent per jaar in de periode 2018-2021.

Verdieping en verklaring

  • Het CPB verwacht in de Macro Economische Verkenning 2017 dat de economie tot en met 2021 gestaag blijft groeien, met gemiddeld 1,7 procent per jaar (CPB, 2016). De komende jaren zullen de wereldeconomie en de wereldhandel voorzichtig groeien in een onzekere wereld. De uitgangspunten voor de omgevingsontwikkeling tot en met 2021 (zie onderstaande tabel) zijn iets anders dan die waarvan het KiM eerder uitging in de trendprognose wegverkeer voor 2021 (Francke & Wüst, 2016). Zo is de bbp-groei in de periode 2016-2021 op basis van de cijfers in de MEV 2017 naar beneden bijgesteld en de ruwe olieprijs naar boven.

Ontwikkeling van de economie, 2015-2021. Bron: CPB.


  • De gemiddelde ruwe olieprijs ligt in 2016 op een laag niveau (zie bovenstaande tabel). Dit leidt tot de verwachting dat de reële gemiddelde brandstofprijs in 2016 meer dan 8 procent lager ligt dan in 2015 (zie onderstaande tabel). Tezamen met de economische groei zorgt deze kostendaling er naar verwachting voor dat het totale wegverkeer in 2016 toeneemt met 2,3 procent. De olieprijs loopt weer op en voor 2017 wordt een hogere reële gemiddelde brandstofprijs verwacht, waardoor de groei van het totale wegverkeer beperkt blijft tot 0,2 procent. 

Ontwikkeling van het wegverkeer en de congestie, 2015-2021. Bron: KiM.


  • Ondanks de geplande uitbreiding van de capaciteit op het hoofdwegennet (HWN) (Ministerie van IenM, 2015b) lopen de reistijdverliezen op het HWN flink op. In de periode van 2017 tot en met 2021 komen er op het HWN relatief minder strookkilometers bij dan in de afgelopen jaren. In 2021 kunnen de reistijdverliezen 38 procent hoger liggen dan in 2015. Deze groei tussen 2015 en 2021 is hoger dan de toename van 34 procent die het KiM in maart 2016 verwachtte in de trendprognose voor Rijkswaterstaat tot 2021. Dit verschil komt vooral doordat de feitelijke ontwikkeling van het reistijdverlies in de eerste acht maanden van 2016 de eerder geraamde ontwikkeling overtreft.
  • De belangrijkste verklarende factor achter deze toename van het reistijdverlies is dat het bbp tussen 2015 en 2021 met 11 procent groeit (zie Achtergrond 'Model voor wegverkeer en congestie'). De reële gemiddelde brandstofprijs ligt in 2021 net iets boven het niveau van 2015 en leidt daarmee tot een kleine toename van het reistijdverlies. De extra wegcapaciteit met 4 procent beperkt de toename van de congestie tot en met 2021.
  • Van januari tot en met augustus 2016 is het aantal voertuigverliesuren op het hoofdwegennet toegenomen met 8,5 procent. In vergelijking met augustus 2015 ligt het voortschrijdend jaartotaal in augustus 2016 bijna 18 procent hoger. De index van de voertuigverliesuren (basisjaar 2000) bereikte een top van 156 (eind 2008/begin 2009) en een laagste waarde van 94 (mei 2014). Eind augustus 2016 was deze index opgelopen tot 137 ten opzichte van 2000.

Ontwikkeling voortschrijdend jaartotaal voertuigverliesuren op het HWN, 2000-2016 (index 2000=100). Bron: RWS.


Gebruikte afkortingen